Regenwater filteren

Bij het filteren van regenwater worden deeltjes verwijderd die het water van daken, dakgoten en regenpijpen meevoert. Bladeren, naalden, zand en ander vuil moeten worden opgevangen voordat ze zich in de tank ophopen of pompen en leidingen verstoppen.
Hoe fijn regenwater gefilterd moet worden, hangt af van de deeltjes die het bevat en waarvoor het wordt gebruikt. Het juiste filter beschermt pompen en leidingen en verkleint de kans op verstoppingen.
Groffilters vangen groter vuil op
De eerste stap is meestal een groffilter. Dit kan in de dakgoot, in de regenpijp of bij de inlaat van de tank worden geplaatst. Het filter laat water door en houdt groter vuil tegen, zoals bladeren, takjes en mos.
Door dit vuil vroeg te verwijderen, hoopt zich minder materiaal op dat in de tank kan afbreken. Het groffilter moet goed bereikbaar zijn, omdat het regelmatig moet worden schoongemaakt, vooral wanneer er veel bladeren vallen.
Fijnfilters verwijderen kleinere deeltjes
Een fijnfilter vangt kleinere deeltjes op die door het groffilter heen komen. Dit kan bijvoorbeeld een gaasfilter of een patroonfilter zijn, afhankelijk van de benodigde doorstroming en filterfijnheid.
De filterfijnheid wordt vaak aangegeven in micrometers, ook wel micron genoemd. Een lagere micronwaarde betekent doorgaans een fijnere filtering. Een fijner filter kan echter sneller verstopt raken en een groter drukverlies veroorzaken. De grootte en capaciteit van het filter moeten daarom worden afgestemd op de waterstroom en de hoeveelheid vuil.
Voor pompen, sproeiers en druppelslangen moet de keuze worden gebaseerd op de filtervereisten van de apparatuur.
Meerdere filters verdelen de belasting
Wanneer grovere deeltjes eerst worden verwijderd, krijgen de volgende filters minder vuil te verwerken. Daardoor hoeft het fijnfilter minder vaak te worden schoongemaakt of vervangen.
Een gebruikelijke opstelling is een groffilter vóór de tank en een fijner filter verderop in het systeem. De plaatsing ten opzichte van de pomp moet voldoen aan de installatievoorschriften van zowel de pomp als het filter, zodat de waterstroom niet te veel wordt beperkt.
Deeltjesfilters verwijderen niet alles
Een deeltjesfilter houdt materiaal tegen op basis van de deeltjesgrootte. Opgeloste stoffen kunnen er echter doorheen gaan, ook wanneer het water er helder uitziet.
Actieve kool kan bepaalde organische stoffen en stoffen die geur en smaak beïnvloeden verminderen. Het vervangt geen deeltjesfiltratie en verwijdert niet alle verontreinigingen. Als regenwater als drinkwater moet worden gebruikt, moet de behandeling worden gekozen op basis van een wateranalyse. Daarbij kunnen zowel filtratie als desinfectie nodig zijn.
Schoonmaken hoort bij het filteren
Het vuil dat het filter opvangt, moet worden verwijderd. Gaasfilters moeten worden gereinigd of gespoeld, terwijl filterpatronen volgens de instructies van de fabrikant worden schoongemaakt of vervangen. Een afnemende doorstroming of toenemend drukverlies kan erop wijzen dat het filter verstopt begint te raken.
Een goed filtersysteem moet dus de juiste deeltjes opvangen en eenvoudig te onderhouden zijn. De juiste filterfijnheid, voldoende capaciteit en goed bereikbare filters zorgen voor een gelijkmatigere doorstroming en minder verstoppingen.